Ongeval op de spoor-en tramwegkruising Lammenschans te Leiden 23 juni 1924

In de afgelopen nacht heeft in de Roomburgerpolder achter Tuynstadwijk, op het kruispunt van de spoorbaan Leiden – Utrecht en de trambaan Leiden-Scheveningen, een ernstige botsing plaatsgehad tussen de laatste trein uit Utrecht, die alhier te 12.02 arriveert en een tram uit Scheveningen. Zoals wij inderdaad bij de beschrijving van de nieuwe trambaan meedeelden, is bij deze overweg vanwege de tram een seinwachtershuisje geplaatst, waar een dienstdoende beambte bij het naderen van een tram telefoneert naar het wachtershuisje aan de spoorbrug over het nieuwe Rijn- en Schiekanaal om te informeren of de baan veilig is.
Gisteravond nu geschiedde zulks ook, doch de trambeambte kon aan de telefoon geen gehoor krijgen. Wijl er nu een zware mist over het land hing en de beambte wist dat er omstreeks deze tijd een trein arriveert uit de richting Utrecht, had hij de tram moeten doen stoppen door onveilig rood licht te geven. Dit nu deed hij niet en hij gaf groen licht. Plotseling zag hij echter de lichten van de naderende trein en hij gaf onveilig signaal... doch te laat.
Op de tram had men intussen het naderende onheil gezien. De leerling bestuurder had juist de controlerend bestuurder over enkele lichten inlichtingen gevraagd, toen de lantaarns van de trein zichtbaar werden. Stoppen voor de spoorbaan was toen niet meer mogelijk en de bestuurder gaf volle stroom. Met razende snelheid vloog de uit 3 wagens bestaande tram over de spoorbaan, doch de laatste wagen werd vooraan gegrepen; van de twee andere wagens afgerukt en een 20-tal meters voortgeschoven, dwars over de baan. De locomotief en de tender van de trein ontspoorden en liepen van de helling af, de spoorsloot in. De truc van de locomotief werd van voren naar achteren geschoven en de truc van de electrische motorwagen werd door de locomotief meegenomen, de sloot in en gedeeltelijk in de grond. In de laatste tramwagen zat een conducteur als passagier die juist (over de spoorbrug) naar achteren was gelopen, waardoor hij als door een wonder de dood ontkomen is. Het personeel van de locomotief had geen tijd zich te redden door uit de wagen te springen, doch ook zij bekwamen geen noemenswaardig letsel, zodat gelukkig geen persoonlijke ongelukken te betreuren zijn.
De materiële schade die is aangericht is groot. Vooral de tramwagen, de locomotief en de tender moesten het ontgelden. De bagagewagen liep uit de rails en werd van voren gedeeltelijk vernield. Het overige gedeelte van trein en tram beliep geen schade en geen der reizigers bekwam verwondingen. De tram reed spoedig door naar de stad en de reizigers uit de trein werden langs de spoorbaan naar de Herensingel gebracht, waarna ze hun weg konden vervolgen.
Hedenmorgen vroeg werd met het opruimingswerk begonnen. De rails op het kruispunt waren gedeeltelijk weggeslagen of verbogen. Van alle zijden kwam technisch personeel om de lijn te herstellen. De tramwagen werd in twee stukken gebrand om het opruimingswerk te vergemakkelijken. De directeur van de tram-mij., de heer Burgersdijk, ingenieurs van Tram- en Spoorweg Mij. waren eveneens spoedig aanwezig. Het verkeer ondervond natuurlijk ook grote vertraging. Gelukkig waren op de lijn naar Scheveningen enige tramwagens, zodat daar de dienst kon worden onderhouden. De reizigers van tram en trein moesten aan het kruispunt overstappen, doch te ongeveer 11 uur was het baanvak der tram weer hersteld. De politie heeft de bewuste seinwachter een verhoor afgenomen en stelt een nader onderzoek in.
Leidsche Courant, 25 juni 1924

De reservewagen is een 20 meter opzij gegooid en vrijwel vernield. Zonde van den mooien nieuwen wagen. Hij is dwars over de baan komen te staan, maar was zoodanig beschadigd dat men hem hedenmorgen in twee stukken heeft "gebrand" en hij zal wel geheel moeten worden gesloopt. Door den zwaren schok is ook de treinbaan vernield. De locomotief kwam met den kop rechtop in de sloot te staan. De machinist kreeg slechts een bloedneus. Ogenblikkelijk hebben de machinist en de stoker den stoom doen ontsnappen. Wat een grote ramp had kunnen worden is dus afgelopen met een sisser, betrekkelijk genomen.
Met behulp van zuurstofapparaten heeft men den romp van den tramwagen doorgebrand en zoo zijn in de afgelopen nacht de rails voor den trein ook weder vrijgekomen. Het doel is de locomotief met hijschkranen op te heffen en langs een geïmproviseerde hulpbaan op de rails te brengen en zoo te vervoeren naar het station der SS.
Leidsch Dagblad, 24 Juni 1924

In het motorrijtuig, dat achterop in opzending meereed, zat slechts één man: de wagenvoerder I. Vermaak uit Leiden, die na zijn dienst als passagier meereed. Dat hij het ongeluk overleefde mag een wonder worden genoemd.
Toevallig zag hij vlak voordat de tram op het gelijkvloerse kruispunt was, achter in het rijtuig een krant op de vloer liggen, die hij wilde oprapen. Zodoende had hij net de plaats verlaten waarin enkele ogenblikken later zich de neus van de stoomlocomotief zou boren. Alleen een pijnlijke knie heeft hij aan het ongeluk overgehouden.
Hist. Gen. BT.

Het betrof  motorrijtuig A 504 en NS-stoomlocomotief 1916.


De NZH op weg naar Den Haag...


en de NS op weg naar Leiden... Foto's J.H. Odendaal.


en nu... 27 oktober 2006. Foto Rienk Mebius.