Ongeval op het enkelsporige baanvak Broek in Waterland - Monnikendam 9 maart 1955

Monnikendam, Donderdag,
Opeens kwam mijn conducteur, Cor Klokgieter, schreeuwend naar het voorbalkon gerend. Toen had ik het zelf ook al gezien: twee lichten, die dreigend pal tegenover me op de rails uit de mist opdoemden...!
Diep is dit tragisch detail in de herinnering gegrift van de Amsterdamse wagenvoerder F. Schutte (43), die gisterochtend vroeg ternauwernood aan de dood ontsnapte, toen twee tramstellen van de Noord-Zuid-Hollandse Vervoermij. tussen Monnikendam en Broek in Waterland op elkander inreden op een baanvak met enkelspoor.
Bij dit grootste van alle ongelukken uit de 67-jarige geschiedenis van de trammaatschappij kwam de Amsterdamse wagenvoerder A. Hendriks (61) om het leven.
Twee van zijn passagiers werden zwaargewond: van de wegwerker G. Tol (54) uit Volendam is in het St. Luidina-gesticht te Purmerend een der benen onder de knie geamputeerd, de 58-jarige ploegbaas H. Groot uit Monnikendam is me een hersenschudding en een shock opgenomen in het Stadsziekenhuis te Purmerend (later is hij alsnog overleden aan zijn verwondingen, red.).

Mist en sneeuw
Mist hing over het besneeuwde land tussen Monnikendam en Broek in Waterland gisterochtend circa 7 uur toen wagenvoerder Hendriks zijn tram met twee bijwagens uit Volendam in de richting van de hoofdstad en wagenvoerder F. Schutte zijn tram, eveneens met twee bijwagens er achter, uit Amsterdam in de richting Volendam stuurde.
Wagenvoerder Schutte - die zich nog niet helemaal van zijn shock had hersteld - vertelde ons gisteren: Mijn conducteur schreeuwde plotseling: "Er komt een tram aan! Kijk uit, er komt een tram aan!" - De deur van het balkon naar de passagiersruimte stond goddank open. Ik gooide de remmen aan - meer kon ik niet doen! - en liep hard naar binnen. Een krakende klap, gekletter van splinterend glas en ik werd tegen de grond geslingerd, net als vrijwel alle inzittenden. Toen alles stilstond, kroop ik naar voren en schakelde ik de automaat uit om een eventuele brand te voorkomen.
Dodelijk verschrikte passagiers werkten zich uit de wagens, die met zo'n kracht op elkander waren geschoven, dat de trekstangen braken en de voorzijden van de eerste bijwagens in de achterkant van de motorwagen drongen. Terwijl een der inzittenden van de tram uit Amsterdam, die zelf zijn bril had verloren, zo goed en zo kwaad als het ging de eerste hulp verleende aan licht gewonden, probeerden anderen de bekneld geraakte wagenvoerder en zijn twee passagiers te hulp te komen.
Weinige minuten later waren reeds dokter van Stalborch uit Monnikendam, dokter Paré uit Broek, een geestelijke en politie bij de plaats van het ongeluk, die slechts langs de rails te bereiken viel, omdat deze van de weg is gescheiden door een brede vaart. Wat later arriveerden de heer J.J. Jurissen, directeur van de NZH, en het parket uit Amsterdam. Volgens de heer Jurissen, is de wagenvoerder Hendriks het enkelspoor opgereden, terwijl het sein aan zijn kant op onveilig stond.
Enige uren na 't ongeluk werd op de wegwerker Tol een bloedtransfusie toegepast. Zijn eigen zoons meldden zich als donors. Voor wagenvoerder Schutte, die met een shock naar huis moest worden gezonden, was dit de tweede maal dat hij aan de dood ontsnapte. In 1949 kon hij zich redden door van het balkon te springen toen een andere tram ook door een onveilig sein reed.
Telegraaf, 10 maart 1955.

Het betrof  motorrijtuigen A21 met twee By-rijtuigen uit Volendam (op de boven- en onderstaande foto rechts) en A14' eveneens met twee By-rijtuigen (op de bovenstaande foto links) uit Amsterdam op het deeltraject Broek in Waterland - Monnikendam nabij Dijksbrug. De A14' werd herbouwd met behulp van de carrosserie van de Haarlemse A13 en zo ontstond de A14" die heden ten dage nog is te bewonderen in het bedrijfsmuseum van de NZH te Haarlem. Feitelijk is de carrosserie van de A14" de bak van het eerste rijtuig van de ESM, de 1, geweest. Motorrijtuig A21 werd gesloopt.