Ongeval op het enkelsporige baanvak Lisse - Hillegom, 9 maart 1947

Lisse, Nachtegaal
Het Leidsch Dagblad van maandag 10 maart -1947 berichtte over deze botsing het volgende:
Gisteravond (9 maart 1947) te ongeveer 18.15u. zijn tussen Hillegom en Lisse twee tramwagens van de NZHTM nabij de halte De Nagtegaal op enkelvoudig baanvak met elkaar in botsing gekomen. Beide motorwagens werden zwaar beschadigd. Vijftien passagiers liepen verwondingen op ten gevolge van glasscherven.
Een der bestuurders kreeg letsel aan de handen. Een onderzoek naar de oorzaak wordt ingesteld. Het betreffende baanvak werd beveiligd door seinlichten.

Het tramstel A612/11, B-dienst, bestuurd door wagenvoerder D. Dijksman, wonende aan de Jan Gijzenkade te Haarlem, was uit Leiden vertrokken om 17.35u. In het tramstel reed zijn zoon mee op een vrijbiljet en raakte licht gewond. Het andere tramstel A 607/08, E-dienst, was uit Haarlem vertrokken om 17.32u.

Naar aanleiding van dit ongeval verscheen een dienstorder, no.744, betreffende de betrouwbaarheid van de seininrichtingen, gedateerd 12 maart 1947 en ondertekend door directeur RoŽll, met de volgende punten:
1. Door deskundigen van de Arbeidsinspectie, daartoe aangewezen door den Officier van Justitie te Den Haag, is vastgesteld, dat het onderhoud van bovenleiding en seininrichtingen geen aanleiding gaf tot opmerkingen.
2. De stroomafnemer van den uit Haarlem komenden tramtrein heeft contact gemaakt met den verbindingsdraad tusschen de uitrijschaats (van het andere spoor, red.) en het relais, waardoor het, bij het (al eerder, red.) berijden van de inrijschaats ontstoken veilige seinlicht (richting Leiden) achter den wagenvoerder werd gedoofd (niet relevant, red.; beter had hier kunnen staan dat het onveilige seinlicht aan de andere zijde van het enkelsporige baanvak werd gedoofd) en de van Leiden komende tramtrein kon dus zonder meer het door hem ontstoken groene licht passeeren en schakelde daarbij tevens het roode licht aan de andere zijde in (niet relevant, want er bevond zich immers al een tram op het enkelsporige baanvak).
3. Vermoedelijk tengevolge van ijzelvorming heeft een stroomafnemer een isolator van de onder 2. bedoelde leiding geraakt, waardoor het mogelijk was, dat deze leiding onder den rijdraad kwam te hangen en in aanraking kwam met een stroomafnemer van een op het andere spoor rijdende tramtrein,
4. Uit het bovenstaande blijkt dat deze storing een zeer kenmerkende oorzaak heeft gehad en dus aan de betrouwbaarheid van de seininrichtingen in het algemeen niets afdoet.

Deze botsing vond plaats ter hoogte van de Nachtegaal te Lisse op zondagavond 9 maart 1947, tussen A607/08 en A611/12.



Noot van de webmaster
Het bovenstaande is niet volledig met betrekking tot de werking van het uitstekende beveiligingssysteem van Ir. Doyer.

De stroomafnemer van de uit Haarlem komende en dus naar Leiden gaande tramtrein heeft eerst contact gemaakt met de inrijschaats voor het bezetten en vrijgeven (aan zichzelf) van het enkelsporige baanvak naar Leiden. Dat heeft tot gevolg gehad dat achter hem een rood licht en voor hem een groen licht ging branden. Het rode licht voorkomt dat een volgtram hetzelfde baanvak inrijdt. Het groene licht geeft aan dat het systeem werkt en geen tegentram op hetzelfde moment het betreffende baanvak heeft genomen. Tezelfder tijd wordt aan de andere zijde van het in te rijden enkelsporige baanvak op de wisselplaats een rood licht ontstoken. Dit om te voorkomen dat een tramtrein uit de tegenovergestelde richting (uit Leiden en rijdende naar Haarlem) hetzelfde enkelsporige baanvak inrijdt.
Als door een tussen de uitrijschaats en relais laaghangende verbindingsleiding op de wisselplaats ter hoogte van de inrijschaats voor het enkelsporige baanvak door de stroomafnemer contact wordt gemaakt, wordt het baanvak ten onrechte vrij gegeven terwijl de tram uit Haarlem zich inmiddels op het enkelsporige baanvak bevindt.

Wellicht dacht de wagenvoerder van de uit Leiden komende tram dat het baanvak vrij was gegeven door een voor hem rijdende tram in plaats van een tegemoetkomende tram want die zou hij op zijn wisselplaats moeten hebben gezien. Maar in zijn gedachtengang kon het ook een tegenligger zijn geweest die, na passage van het wissel dat naar het enkelspoor leidt, weer is teruggereden. Dat kon best, er reden immers ook stadstrams tussen Haarlem en Hillegom.

De twee niet beschadigde delen A611/08 zijn daarna samengevoegd waarbij de A611 werd vernummerd in A607. Na reparatie van de beschadigde delen zijn de betreffende tramtreinen in de oorspronkelijke samenstelling teruggebracht. Beide tramstellen werden bij Beijnes hersteld.
De foto van de beschadigde wagenbakken laat links A607 zien en rechts A612, dit valt af te leiden uit de stroomafnemer op het links afgebeelde tramstel.

A611/12 (K-dienst) op weg naar Noordwijk aan zee in 1960 te Noordwijk-binnen, foto J.H. Odendaal.