Algemene indeling elektrisch en stoomtrammaterieel

A
Smalspoor
(A0) 1~77


(A250) 251-263



(A450) 451-459



(A700) [701-7?]

(A1050) 1051-1052


Normaalspoor

(A100) 101-110
(A200) 201-202

(A300) 301-330
(A350) 351-358
(A400) 401-411

(A500laag) 501-512
(A500hoog) 512-516
(A600) 601-620

(A1000) 1001-1004

B
Smalspoor
(BY0) Y1-18
(B50) 51-74


(B250) 251-258


(B450) 451-459




Normaalspoor
(B0,10,20) 1-45

(B100) 101-112
(B200) 201-204

(B300) 301-308
(B400) 401-412

(B500laag) 501-515
(B500hoog) 516-521

C
Smalspoor
(CY0) Y1-49
(C50) 51-99
(CY50) Y51-Y99
(CY100) Y101-149
(C150) 151-199
(CY200) Y201-249



Normaalspoor
(C0) 1-49


(C100) 101-149

(C200) 201-249
(C300) 301-349

H
Smalspoor
(HY0) Y1-49
(H50) 51-99
(HY100) Y101-149
(H150) 151-199
(HY200) Y201-249
(H250) 251-299


Normaalspoor
(H0) 1-49

(H100) 101-149

(H200) 201-249

(H300) 301-349

Smalspoormaterieel dat beneden het IJ dienst deed, was, met uitzondering van de motorrijtuigen A1~77, binnen de honderdtallen van de series, 50 nummers hoger genummerd dan het normaalspoormaterieel. Behalve bij de motorrijtuigen werd bij dubbele nummers in Waterland de letter Y bijgeplaatst. De dubbele nummers van de locomotieven en aanhangrijtuigen van de smalspoorlijn Haarlem - Alkmaar conflicteerden met de nummers die waren toegekend aan het overige smalspoormaterieel, maar dit was geen probleem omdat de lijn binnen afzienbare tijd (in 1924) werd opgeheven.
De benamingen van het materieel zijn tussen () vermeld.