De Ohio Brass & Co (Tomlinson) trekwerken waren 'halfautomaten'. De luchtkraan moest bij het koppelen met de hand worden bediend door middel van de kraantjes aan weerszijden van het rijtuig (rood omlijnd op de derde foto).
Op de foto is de kraan gesloten; het handeltje staat verticaal. Om de kraan te openen, moest deze in de horizontale stand worden gedraaid in de richting van de koppeling. Op de foto is de bovenste ronde opening, die met rubberen sluitring, de luchtverbinding, de onderste werd niet gebruikt.
Bij de A/B400/450 moest de stuurstroomstekker ook met de hand worden geplaatst of verwijderd. Wat nogal eens voorkwam was dat de beide te koppelen trekwerken niet op dezelfde hoogte stonden. Dat loste men dan eenvoudig op door de lage koppeling op te tillen en het wisselijzer er onder te steken (rode vierkant op de foto). Niet vergeten het wisselijzer weer weg te nemen...
Het ontkoppelen was mogelijk via de ketting met oog (aan de zijkant van de koppeling, niet zichtbaar op de foto) waarmee de koppelhaak in de koppeling opzij werd getrokken.
Al in 1921 werden door NZH automatische koppelingen uitgeprobeerd op de A/B200. In het jaarverslag van 1921 wordt gemeld dat proeven werden genomen met twee soorten koppelingen,  systeem Ohio Brass & Co en systeem GF (George Fischer, zoals toegepast bij de Belgische spoorwegen, red.). In de notulen van de vergadering van de Raad van Commissarissen van de NZH in Leiden in juni 1922 staat dat de RvC na afloop van de vergadering zich naar het Stationsplein begaven om aldaar de nieuwe automatische koppelingen te bezichtigen.


Uit een voorschrift...