Wetenswaardigheden over het kantoor Voorburg

Parkweg 53
Het pand aan de Parkweg 53 te Voorburg is omstreeks 1903 gebouwd, als laatste van het blok tussen de Laan van Heldenburg en de Laan van Oostenburg.
Het pand bestond uit twee eenheden en wel de begane grond als Parkweg 53 met de ingang van het kantoor aan de Parkweg. De bovenetages vormden een wooneenheid met de ingang opzij, aan de Laan van Oostenburg en had als officieel adres Laan van Oostenburg 2.

Het is mij niet bekend of dit pand al in gebruik was bij de MET of dat het in 1924 door de NZH werd aangekocht om er een kantoor te vestigen. De bovenetages werden bewoond door de heer Hollants met zijn gezin die bij de aanleg van de bovenleiding was betrokken en na de voltooiing in dienst trad bij de NZH per 1 mei 1924 als opzichter van de bovenleiding met als standplaats Leiden. Hij heeft er vanaf 1924 met zijn gezin gewoond - op 1 maart 1957 ging hij met pensioen- en vertrok, na verkoop van het pand in 1958 na de opheffing van de lokaaldienst, naar een andere woning in Voorburg.
Het kantoor bestond uit twee delen, rechts van de ingang aan de Parkweg het kantoor van de Chef Uitvoerende Dienst en links een kantoor met twee loketten waarvan het eerste diende voor inlichtingen en kaartverkoop en het tweede voor het afrekenen van de conducteurs. Daarachter was nog een ruimte voor opslag met een eenvoudig keukenblok.

Veiligheid
De Chef Uitvoerende Dienst was de heer De Vries die al sinds november 1914 in dienst was bij de MET. Helaas moest hij na een bedrijfsongeval per 1 januari 1941 met invaliditeitspensioen maar omdat het in die jaren geen vetpot was mocht hij blijven als administrateur op het kantoor en dat heeft hij altijd als een degradatie ervaren en maakte hem nogal cynisch. Zijn enige troost was dat zijn functie in 1941 niet meer werd opgevuld want sindsdien werd alles vanuit Leiden geregeld. Na zijn veertigjarig dienstverband is hij met stille trom vertrokken. Het kantoor was voor het trampersoneel geopend van maandag t/m zaterdag van 6.30 – 21.30u. voor alle zaken zoals afrekenen en alle andere zaken zoals aanvulling van de kaartjes en dergelijke.
Het kantoorpersoneel werkte in wisseldienst dus vroege en late dienst met een korte "overlapping". Bij verlof of ziekte nam één van de controleurs de dienst over.
Het trampersoneel was verplicht direct na afloop van de dienst af te rekenen en als dit niet mogelijk was de volgende dag bij aanvang van de dienst. De ontvangsten werden opgeborgen in de aanwezige brandkast en werden tijdens de kantooruren overgebracht naar de bank tegenover het kantoor naast de kleine remise aan de Parkweg. Voor de veiligheid hing een rond houten bord voor het raam met de groene kant naar buiten en al er onraad was moest het bord worden omgedraaid met de rode kant naar buiten en dan werd van het rijdend personeel verwacht om te gaan kijken wat er aan de hand was. Ook was er een drukknop voor een bel die zich in het kantoortje achter in de remise bevond maar was alleen hoorbaar als daar iemand aanwezig was. Als het kantoor om 21.30u. gesloten werd moest de dienstdoende monteur uit de remise de houten schotten (binnen) voor de ramen te plaatsen en de sleutel van het kantoor en tevens de sleutel van de brandkast mee naar de remise te nemen. De volgende morgen dit ritueel dus in omgekeerde volgorde.

Van links naar rechts: Lies en Sonja.

Lies en Sonja
In de jaren veertig kwam Lies Zwaanswijk op het kantoor en na vertrek van de heer de Vries kwam Sonja van Langeveld. Beide dames staan op de foto (hierboven) in het boek van Ad van Kamp “Vaarwel Blauwe Tram” op blz. 151. Sonja wordt daar al mevr. Slootweg genoemd, maar was toen nog niet getrouwd met Frits Slootweg (van de grote slagerij op de Laan van Nieuw Oost Indie in Den Haag). Lies (links op de foto) kwam elke dag op de fiets vanuit de ouderlijke woning langs de weg Loosduinen-Monster, dus een stevig fietstochtje!
Haar vader was beheerder van een landgoed aldaar en Lies vertelde een keer dat daar een oude tramwagen stond als tuinhuisje, het bleek een oud RTM-rijtuig te zijn wat later ook door de TS werd ontdekt en ook verworven maar zo slecht bleek dat het toch is gesloopt. Het kantoor had een PTT-aansluiting en een diensttelefoon (inductor: vijf keer slingeren was remise Voorburg en twee en een half keer kantoor Voorburg). De PTT-telefoon werd bij sluiting van het kantoor overgezet naar de remise waar deze alleen kon worden opgenomen want bij het toestel in de remise zat vóór de kiesschijf een stalen plaat om illegaal bellen te verhinderen. Wel kon in geval van nood het zegel verbroken worden maar dan moest er wel een rapportje van gemaakt worden. Tot grote ergernis van het remisepersoneel waren de meeste telefoontjes verzoeken om inlichtingen uit de dienstregeling en werden zo vele malen van hun werk gehaald want de extra bel was in de hele remise te horen. Toch kon het personeel de telefoon niet laten bellen want het kon ook een melding van het rijdend personeel zijn over een defect of ongeval. Elke morgen kwam er met de tram een kist uit Haarlem die via het kantoor te Leiden naar Voorburg kwam en door de conducteur werd afgeleverd in het kantoor. In de avond ging deze kist weer retour met de tram van 20.45 naar Leiden en werd dan door de conducteur opgehaald. De kist bevatte van alles wat er maar overgestuurd moest worden ,vooral van belang was de personeelsindeling voor de volgende dag want deze indeling werd elke dag op het kantoor te Leiden gemaakt door de heer Philippo (chef de bureau). Het (primitieve) interieur van het kantoor heeft nooit een verandering ondergaan ten tijde van de NZH.
Na opheffing van de lokaaldienst werd het kantoor gesloten en het pand verkocht aan een melkhandelaar uit de Franse Kerkstraat maar spoedig doorverkocht aan een makelaar die er beneden zijn kantoor had en erboven woonde. Omdat er goede zaken werden gedaan werd het pand geheel als kantoor -inclusief het naast gelegen pand (met een nieuwe doorgang)- in gebruik genomen en grondig gemoderniseerd waarbij de ingang aan de Parkweg verviel en de zij ingang aan de Laan van Oostenburg werd verheven tot de hoofdingang van Parkweg 53. Voor beide dames was na mei 1958 geen werk meer en Lies ging door bemiddeling van de NZH naar de HTM en liep daar spoedig een aardige man tegen het lijf wat resulteerde in het feit dat ze daarna als mevrouw Kooiman (niet van de tv-serie, red.) verder door het leven ging. Sonja ging weer terug naar de slagerij en trouwde spoedig met haar Frits.

Tekst: P. v. Rooijen.
Foto's: J.C.T. van Engelen.